Blog

Centrum Kerk (deel 4)

Gemeenteopbouw en Evangelisatie

 

In dit laatste deel van de samenvatting, eindigen we met een blik op het derde grote onderdeel van Keller zijn visie op de kerk: Beweging. Is de kerk een organisatie of een organisme? Evangeliseren we om zielen te redden of om de kerk te vullen of om...? Hoe gaan we om met de vorm van de eredienst en de integratie van pastoraat in een geseculariseerde samenleving waarbij de (nog-) niet gelovige bezoeker zich aangesproken weet door de erediensten of door de vriendelijke en open houding van de christen maar geen keuze heeft gemaakt om de Heer toe te laten in zijn of haar leven?

Kortom, hoe ziet een missionarie kerk eruit? Voor zij die de laatste tien jaar boeken hebben verslonden over huiskerken, emerging churches, missional churches, en dergelijke, zullen een aantal van Keller zijn gedachten als verfrissend en constructief kritisch op je afkomen. Maar de realiteit in Vlaanderen is eerder dat men de missionaire kerk maar al te vaak als een hetzij ecclesiologisch (hoe krijg ik iemand in de kerk) of soteriologisch (hoe krijg je iemand in de hemel) instrument beschouwt. Keller wijst er ons op dat een eenzijdige benadering van bovenstaande twee ons uit balans kunnen brengen; de zending begint bij God en is al lang bezig vooraleer de kerk op de voorgrond treedt. Missionair zijn is uiteraard evangeliserend. Maar ook incarnationeel (itt de 'kom bij ons', gaan wij in de buurt christen-zijn), contextueel (denk aan de huiskerken) en wederkerig (waar is God mee bezig in onze buurt en hoe pas ik daarin?). 

Een gezonde missionaire kerk die gaat de strijd aan met de afgoden uit de samenleving, gebruikt gewone niet-kerkelijke taal, rust mensen toe op elk gebied van hun leven zendeling te zijn, vormt een tegencultuur gericht op het algemeen welzijn én verwacht dat niet-gelovigen, geïnteresseerden en zoekers in vrijwel alle aspecten van het gemeenteleven meedoen (245). 

Zo wordt een kerk op een viertal fronten actief: 1° Evangelisatie, kerkgroei en kerkplanting, 2° eigen gemeenschap, 3° armenzorg en sociale gerechtigheid en 4° culturele betrokkenheid (via de kunsten). Weinig kerken lijken op alle vier fronten actief te zijn en het is niet ongewoon dat door het benadrukken van het ene tov het andere men onderling tussen leden en tussen kerken van mening gaat verschillen over de correcte aanpak.

Keller maakt geen keuze tussen de kerk als beweging als instituut of als organisme maar verklaart wel dat de kerk telkens licht moet overhellen naar een organisme omdat ze als vanzelf institutionaliseert.

Als we al mogen spreken van een integrale en coherente visie op kerk zijn en op het bereiken van je omgeving, stad of wijk, dan vinden we die van Keller terug in deze laatste hoofdstukken. Het zijn de meest praktische en perfect te integreren in een beleidsvisie van een gemeente. De manier waarop je de eredienst organiseert (met welke doelgroep houdt u rekening voor zover u al met een doelgroep rekening houdt), hoe stimuleer je meer dan 25% van de gemeenteleden in een zendingsleven (een leven dat verder reikt dan het uitdelen van folders)?

De context van Keller is New York, ver weg verwijderd van onze Vlaamse context. Toch denk ik dat je dit boek kunt lezen, niet zozeer om het toepassen van een bepaald model (die je dan nog zou moeten vertalen naar onze lokale bedieningen) maar vooral omdat Keller een aantal gevoelige en kritische beschouwingen deelt die theologisch en bijbels steek houden en kunnen verklaren waarom we onze eigen kerkmodellen maar al te vaak laten primeren op de manier waarop we Gods boodschap ingang kunnen doen vinden in onze buurt. Keller, belezen en ervaren als hij is, pretendeert geen pasklare antwoorden maar dwingt de kerkganger/leider om stil te staan bij het gevaar van de uitersten en extremen en te zoeken naar het midden.

Kortom: een aanrader!

Filip De Cavel




© Copyright 2018 Evangelische Christengemeenten Vlaanderen | Webdesign door Silensstudio | Contact | Login | Privacy