Blog

Centrum Kerk (deel 1)

Gemeenteopbouw en Evangelisatie

 

Graag willen we aan de hand van enkele blogberichten een samenvatting aanbieden van 'Centrum Kerk' van de theoloog/voorganger Tim Keller.

"Hoe verkondig je het evangelie van genade en verzoening in onze moderne, post-christelijke samenleving? 
Dat is de grote vraag die Tim Keller zich heeft gesteld en waarmee hij in 1989 aan het werk is gegaan in New York City. In dit boek laat hij zien welk antwoord hij heeft gevonden. Met behulp van uitdagende inzichten en prikkelende vragen zet hij een theologische visie neer voor de kerk in de stad, gebaseerd op oude Bijbelse waarden en normen, geschikt voor een nieuwe tijd. 

Dit actuele standaardwerk is voor de Nederlandse situatie geredigeerd en bewerkt door Stefan Paas. Verder heeft een achttal theologen voor deze uitgave een bijdrage geschreven in de vorm van een reactie op een van de acht delen van het boek van Keller."




Centrum Kerk (deel 2)

Gemeenteopbouw en Evangelisatie

 

De acht delen bestaan elk uit diverse hoofdstukken die op hun beurt worden voorafgegaan door een theologische visie op de centrum-kerk waarbij de vraag wordt gesteld hoe succes wordt gemeten? Door een nadruk op vrucht of op trouw? Beide benaderingen werden toegepast op de kerk waarbij de ene meer focuste op methodieken, modellen en technieken en het andere op trouw aan de leer, inclusief een godvrezendheid en toewijding aan prediking en pastoraat. Keller stelt de exlusieve benadering van beiden in vraag; het ene leidt tot pragmatisme, het ander tot gemakzucht. Wanneer trouw weinig vrucht draagt en geen indringende vragen meer worden gesteld, dan is er iets mis. 

Keller omschrijft de twee accenten van trouw vs. vrucht adhv hardware (dogmatisch fundament) en software (de werkvormen). Daartussen in ligt er een laag middleware, een laag die ervoor zorgt dat de dogmatische overtuiging praktisch kan omgezet worden en waarbij de praktische benaderingen van de doe-het-zelf-boeken theologischer georiënteerd worden.

Daarom is het belangrijk dat er vanuit een bepaalde gemeente een theologische visie wordt geformuleerd dat recht doet aan alle drie lagen: hardware (dogmatiek), middleware (theologische visie) en software (aanpak). Of nog anders: Je theologische visie komt voort uit een diep overdenken van de Bijbel zelf, als ook vanuit je begrip van de cultuur om je heen.

Heel tekenend én herkenbaar wordt het wanneer Keller stelt dat “onze overtuiging wat betreft cultuur, rede en traditie een rol speelt bij ons Schriftverstaan. Als drie predikanten dezelfde dogma’s onderschrijven maar verschillend denken over cultuur, rede en traditie, zullen hun theologische visies en ambtsuitoefening zeer verschillend zijn”(p.16) 

De resterende hoofdstukken vormen dan een uitgebreide verkenning van deze theologische visie uitgelegd adhv drie assen: Evangelie, stad en beweging. Het eerste (Evangelie) beschrijft de nood aan evenwicht met aan de ene kant van de balans een wetticisme en aan het andere uiteinde relativisme. Bij stad kunnen we denken aan het ongecompliceerd meesurfen op de golven van de tijd, maar ook aan het zich helemaal terugtrekken in een isolement. Tenslotte vinden we bij beweging het fenomeen dat sommige kerken helemaal vastgeroest zitten in hun traditie en elke vorm van samenwerking mijden, terwijl er aan de andere kant van het spectrum kerken zijn die zo informeel en organisch werken dat het eveneens verlammend kan gaan werken op termijn.

Het evenwicht wordt gevonden in het centrum van de drie assen. Wordt vervolgd.

Volgende keer: Deel 1, Evangelie.

Filip De Cavel




Centrum Kerk (deel 3)

Gemeenteopbouw en Evangelisatie

 

Het eerste deel over het Evangelie biedt op zich niets nieuw aan voor zij die reeds vertrouwd zijn met het plot van Gods Woord: het begin (de schepping), waar het fout liep (de zondeval), hoe het weer goed komt (verlossing in Christus). Daarbij komt de nadruk uitstluitend te liggen op genade; het Evangelie is niet iets wat wij doen maar wat ons overkomt.

De manier waarop Keller echter het herstel in Christus toelicht, mag een verademing heten. Herstel wordt niet gereduceerd tot een ontsnapping aan deze vervloekte wereld - geen hit-and-run-evangelisatie - maar wordt ten volle verwacht in haar uiteindelijke doel: “Vernieuwing en herstel van deze wereld, en de verlossing van ziel en lichaam.” (p. 30)

Deze gedachte helpt om de eenzijdigheid richting het individu - een Westers trekje - in balans te houden. Het Evangelie gaat namelijk niet alleen of hoe ik verlost kan worden maar ook, en misschien vooral, over hoe God hoop biedt voor deze wereld. Het (religieuze) ik is vooral geïnteresseerd in een bevrijding van schuld en gebondenheid, het ik wil zekerheid. Zo ontstaat het gevaar dat de “luisteraar het geloof als een vlucht uit de wereld” gaat zien.

Opvallend in dit alles is Keller’s schatplichtigheid aan het robuste kenmerk van het Calvinsime, namelijk de nadruk op de theocentrische visie van heel onze heilsgeschiedenis: schepping, zondeval en verlossing gaan over God.

Maar Keller behoedt zich ervoor om dit accent van de gereformeerde tripartite als enig fundament voorop te stellen; D.A. Carson wijst er ons op dat er wel zo’n twintig intercanonieke thema’s voorkomen als rode draden waarvan Keller er maar enkele belicht (p.34-36).

Ons omgaan met de realiteit van de menswording van Christus, Zijn verzoening en opstanding vormen voor Keller de as waarop de centrum kerk haar plaats kan innemen; evenwicht vinden op deze as kan tot verregaande verandering leiden waarbij de uitersten van het wetticisme en relativisme gemeden kunnen worden. Keller toetst zijn eigen benadering aan heel concrete thema’s zoals depressiviteit, seksualiteit, gezin, zelfbeheersing, cultuur, evangeliseren, humor, omgang met status enz….

Wat verder volgt is in feite een systematischere uiteenzetting van zijn eerder verschenen en meer populair werkje, “De Vrijgevige God”. De vergelijking tussen ‘religiositeit’, ‘secularisme’ en ‘Evangelie’ wordt uitgespit aan de hand van het verhaal van de vader en de twee zonen (Lucas 15). Keller stelt dat “alleen wanneer het Evangelie verkondigd wordt, kan een kerk het leven van mensen veranderen, en zullen ze blijdschap kennen en kracht en entthousiasme. Dan worden wetticisme en relativisme ontmaskerd en verslagen. (p.59).
(Lees een bespreking van “De Vrijgevige God” op http://indekerk.be/2013/06/02/de-vrijgevige-god-tim-keller/)

Dit deel, over het Evangelie, opent ‘Centrum Kerk’ als het eerste van de drie hoofdthema’s: Evangelie, stad en beweging. Het zoeken naar de balans blijkt hier al een grote bekommernis voor Keller.

Keller citeert de klassiekers maar blijft ook de hedendaagse theologie op de voet volgen; hij integreert dan ook heerlijk ongecompliceerd gedachten uit de bredere evangelicale beweging in zijn verhaal*.

Samengevat: “Het Evangelie is iets heel anders dan religiositeit of secularisme - het is een derde manier om een relatie met God te hebben: genade. Daarom verkondigen wij het evangelie op een unieke, evenwichtige manier waarbij de fouten van de uitersten worden vermeden en de scherpte van het evangelie getrouw wordt overgebracht.


° het Evangelie is nieuws en is bijzonder veelzijdig.
° bestudeer de Bijbel aan de hand van thema’s en aan de hand van de geschiedenis.
° gebruik in je prediking en pastoraat meerdere intercanonieke thema’s (meer dan twee).
° bedenk dat er persoonlijke aspecten zijn aan verlossing maar dat het ook gaat over de gemeenschap.
° Het Koninkrijk is een zaak van ‘reeds en nog niet’.
° Laat zien dat er harmonie is tussen genade en waarheid."

De volgende keer: De Stad

 

* Theologen als C.S. Lewis, D.A. Carson, K. Vanhoozer, F. Schaeffer en V. Ramachandra om er maar enkele te noemen.






Centrum Kerk (deel 4)

Gemeenteopbouw en Evangelisatie

 

In dit laatste deel van de samenvatting, eindigen we met een blik op het derde grote onderdeel van Keller zijn visie op de kerk: Beweging. Is de kerk een organisatie of een organisme? Evangeliseren we om zielen te redden of om de kerk te vullen of om...? Hoe gaan we om met de vorm van de eredienst en de integratie van pastoraat in een geseculariseerde samenleving waarbij de (nog-) niet gelovige bezoeker zich aangesproken weet door de erediensten of door de vriendelijke en open houding van de christen maar geen keuze heeft gemaakt om de Heer toe te laten in zijn of haar leven?

Kortom, hoe ziet een missionarie kerk eruit? Voor zij die de laatste tien jaar boeken hebben verslonden over huiskerken, emerging churches, missional churches, en dergelijke, zullen een aantal van Keller zijn gedachten als verfrissend en constructief kritisch op je afkomen. Maar de realiteit in Vlaanderen is eerder dat men de missionaire kerk maar al te vaak als een hetzij ecclesiologisch (hoe krijg ik iemand in de kerk) of soteriologisch (hoe krijg je iemand in de hemel) instrument beschouwt. Keller wijst er ons op dat een eenzijdige benadering van bovenstaande twee ons uit balans kunnen brengen; de zending begint bij God en is al lang bezig vooraleer de kerk op de voorgrond treedt. Missionair zijn is uiteraard evangeliserend. Maar ook incarnationeel (itt de 'kom bij ons', gaan wij in de buurt christen-zijn), contextueel (denk aan de huiskerken) en wederkerig (waar is God mee bezig in onze buurt en hoe pas ik daarin?). 

Een gezonde missionaire kerk die gaat de strijd aan met de afgoden uit de samenleving, gebruikt gewone niet-kerkelijke taal, rust mensen toe op elk gebied van hun leven zendeling te zijn, vormt een tegencultuur gericht op het algemeen welzijn én verwacht dat niet-gelovigen, geïnteresseerden en zoekers in vrijwel alle aspecten van het gemeenteleven meedoen (245). 

Zo wordt een kerk op een viertal fronten actief: 1° Evangelisatie, kerkgroei en kerkplanting, 2° eigen gemeenschap, 3° armenzorg en sociale gerechtigheid en 4° culturele betrokkenheid (via de kunsten). Weinig kerken lijken op alle vier fronten actief te zijn en het is niet ongewoon dat door het benadrukken van het ene tov het andere men onderling tussen leden en tussen kerken van mening gaat verschillen over de correcte aanpak.

Keller maakt geen keuze tussen de kerk als beweging als instituut of als organisme maar verklaart wel dat de kerk telkens licht moet overhellen naar een organisme omdat ze als vanzelf institutionaliseert.

Als we al mogen spreken van een integrale en coherente visie op kerk zijn en op het bereiken van je omgeving, stad of wijk, dan vinden we die van Keller terug in deze laatste hoofdstukken. Het zijn de meest praktische en perfect te integreren in een beleidsvisie van een gemeente. De manier waarop je de eredienst organiseert (met welke doelgroep houdt u rekening voor zover u al met een doelgroep rekening houdt), hoe stimuleer je meer dan 25% van de gemeenteleden in een zendingsleven (een leven dat verder reikt dan het uitdelen van folders)?

De context van Keller is New York, ver weg verwijderd van onze Vlaamse context. Toch denk ik dat je dit boek kunt lezen, niet zozeer om het toepassen van een bepaald model (die je dan nog zou moeten vertalen naar onze lokale bedieningen) maar vooral omdat Keller een aantal gevoelige en kritische beschouwingen deelt die theologisch en bijbels steek houden en kunnen verklaren waarom we onze eigen kerkmodellen maar al te vaak laten primeren op de manier waarop we Gods boodschap ingang kunnen doen vinden in onze buurt. Keller, belezen en ervaren als hij is, pretendeert geen pasklare antwoorden maar dwingt de kerkganger/leider om stil te staan bij het gevaar van de uitersten en extremen en te zoeken naar het midden.

Kortom: een aanrader!

Filip De Cavel




© Copyright 2018 Evangelische Christengemeenten Vlaanderen | Webdesign door Silensstudio | Contact | Login | Privacy